Categorie archief: doelen

Dreamteam: 5 stappen om het te zijn

Dreamteams
Samenwerking houdt mij bezig sinds ik werk, en dat was al op jonge leeftijd. Geboren in het Westland startte ik op de lagere school al met veel vreugde en verantwoordelijkheidsgevoel met ‘kissies papiere’ en later als 12-jarige met het meer volwassen werk zoals ‘knoppe, sortere, trille, plukke, snije en instoppe’. Zo maakte ik al vroeg kennis met het gevoel een belangrijke bijdrage te leveren aan het grote, volwassen goed georganiseerde geheel.

Kinderspel
Als kind was ik zo al onderdeel van veel ‘groepen’ geweest en telkens ervoer ik weer hoe werken hetzelfde als samen spelen was. Met lol het werk doen: kijken hoe je zo snel mogelijk het werk gedaan kreeg, hoe het sneller kon, hoe te bedenken hoe het beter kon en intussen lachen om jezelf en de ander dat je zo bezig was. Effectief en efficiënt met lol zeg maar.

Leuk? Daar doen we hier niet aan.
Ik leerde dat lachen tijdens het werk gelukkig maakt. Dat ontdekte ik vooral toen ik in een groep terecht kwam waar plezier maken verboden was vanwege het idee dat je dan langzamer ging werken. Dat dat niet zo is weet ik sindsdien zeker.

Serieus
Na mijn studie werd werk serieus en ik ook. Ik kwam in een groep terecht waar werken betekende interessant praten over het werk, of daarna toen de standaard reactie was op een relativerende opmerking of grap over het werk, dat dat vooral iets zei over ‘jezelf’; wat alle relativering van ‘jezelf’ of het ‘zelf’ van de ander de grond in boorde, samen met de luchtigheid en speelsheid.

Vanzelfsprekend dat het loopt
Door dit soort ‘niet leuk’ ervaringen, verleer je het spelen snel en ik realiseerde me steeds sterker dat ik in mijn eerste werkjaren in Dreamteams had verkeerd: samen, lol, doelgericht, goed, snel en efficiënt in de uitvoering. Mijn uitgangspunt in samen werken is daardoor dat het loopt op taak en op relatie. Ik raakte steeds meer geïnteresseerd in de vraag waarom samen werken soms niet loopt. Daar heb ik uiteindelijk mijn werk van gemaakt.

Het klinkt zo logisch, het lijkt zo makkelijk om op een leuke en doeltreffende manier samen te werken.
Stap 1: van deze norm uitgaan.
Samen werken loopt en is leuk. Herinner je je vroegste en leukste werkervaringen en neem je houding van toen weer mee in je huidige werk.
Stap 2: waar is de lol gebleven?
Waarom is teamwerk dan soms toch niet leuk? Stel jezelf en elkaar de vraag: waarom lachen we niet (meer)? Wat is er aan de hand? Wat is er zo erg dat we vast zitten? Waar is de lol, het spel gebleven? Waar wachten we op? Serieuze zaken verdienen uiteraard serieus de aandacht, maar lachen mag!
Stap 3: wees altijd ook positief
Vaak weten we goed wat niet goed is en waarom er niets te lachen valt. Som daarom ook steeds weer de dingen op die positief te waarderen zijn en zie de negatieve punten (als die er toe doen) als verbeterpunten in een bredere kijk. Los het op met: dit werkt dus niet. Hoe wel? Pak het aan en wees niet bang.
Stap 4: erken het ware teamgevoel
In een team van professionals stelde ik de vraag hoe het met het teamgevoel stond. ‘Er was geen teamgevoel’ was de energieloze reactie. Ging ik desondanks proberen weer wat leven en energie in dit team te pompen? Ik benoemde de situatie zoals die mij voorkwam: ‘jullie zijn als individuele professionals net een groep mensen bij de bushalte, ’s ochtends vroeg en geen zin’. Dat bleek een positieve reactie op te roepen: ‘we nemen in elk geval wel allemaal dezelfde bus’. Daarmee konden we gezamenlijk verder kijken.
Stap 5: zeg hallo en dag!
Een team is als eerst een groep mensen. Om van groepsgevoel naar teamgevoel te komen is het belangrijk dat teamleden ‘hallo’ zeggen tegen elkaar en ‘dag’ – heet welkom en neem afscheid. Met aandacht de relatie eer aan doen alvorens de taak uit te voeren. Maak oogcontact, wees aanwezig en bewust van de anderen. Je bent een mens, geen taak.
Stap 6: stop
De motivatie om een team te zijn is soms laag. Dat is pure informatie over de meerwaarde van het bestaan van het team. Als er toch geen meerwaarde van het teamwork is, voor professionals zelf en de kwaliteit van hun werk met klanten, dan klopt het dat mensen geen zin in een team hebben. Stop er gewoon mee. Er gaat niets mee verloren, behalve een idee. Als er wel iets verloren dreigt te gaan, is het bestaansrecht meteen helder. Vandaaruit is een nieuwe en constructieve beweging mogelijk.

Me, myself and I in cocreatie. Naar een nieuwe grondhouding voor samenwerken.

In een individualistisch gerichte maatschappij is ‘me, myself and I’ een veelgebruikt maar ongehoord uitgangspunt. We doen sociaal en samen maar zijn eigenlijk gericht op onze eigen individuele ontwikkeling en succes. Cocreatie is dan ook volstrekt onmogelijk vanuit dit perspectief en heeft een andere grondhouding nodig om te kunnen bestaan. Die andere grondhouding leerde ik kennen door de uitroep van mijn Afrikaanse dansleraar tijdens repetities: ‘Let op! Ik ben, wij zijn!’. ‘Je moet samen dansen, niet alleen!’. Heel soms lukte dat en ontstond er een magisch moment van cocreatie, een dans in plaats van vijftien dansers. Hoe kunnen we ‘me, myself and I’ omzetten in ‘ik ben, wij zijn’ als grondhouding voor cocreatie, en wat vraagt dit van ons?
Het volledige artikel is vanaf 8 september ook te lezen op de blogspot van NVO2 en vermeld in Tijdschrift voor Ontwikkeling en Organisatie (TvOO): http://nvo2leren.wordpress.com/author/edithlindhout/
Me myself and I
Variatie op een thema
Me, myself, myself and I
Just me, myself and I
Me, myself, myself and I
Just me, myself and I
Me, myself and I
Myself, myself
I, I, I, I, I
Jive Jones  in 1999.
Cocreatie door individualisten
Cocreatie roept in een individualistische, meestal Westerse maatschappij, het dilemma op van ik of de ander, van samen of apart. Het dilemma gaat over eigen belang en willen winnen en presteren aan de ene kant en over gezamenlijkheid, de som der delen en hogere doelen aan de andere kant. Door dit denken in ik of de ander, ik of het grotere geheel, is cocreatie in feite onmogelijk. Want als ‘individualistische cocreanten’ zullen we gericht zijn op ‘what’s in it for me’ of –helemaal de andere kant- zullen we ons volledig opofferen aan het hogere doel.
Experiment
Als Westerling probeer ik het cocreëren wel uit. Samen met mijn collega’s van het Leiderschapshuis dragen we vanuit ons eigen kader bij aan een betekenisvolle plek voor duurzaamheid in organisaties en samenleving. Het is geen invulling van een bestaand organisatiekader, maar het gezamenlijk creëren van ruimte, activiteiten en diensten voor leiders om te reflecteren, inspireren en leren. Mijn bedrijf maakt zo deel uit van een groter geheel. Na de eerste inspiratie en gevoel van verbondenheid hoorde ik mijzelf echter angstig denken: ‘Ondersteun ik andere collega’s en sta ik straks zelf met lege handen?’. Ik werd me bewust van het feit dat dit het soort denken is waardoor het onderscheid in Ik  en WIJ ontstaat.
Nieuwe grondhouding voor cocreatie
Cocreatie is alleen mogelijk als ik als individu bijdragen wil leveren aan een groter geheel, in de wetenschap en het vertrouwen dat dit bijdraagt aan mijn eigen welzijn; als ik geloof dat dat wat goed is voor mijn omgeving ook goed is voor mij. Alleen dan kan ik gericht zijn op gezamenlijkheid, loyaal zijn aan iets groters dan aan ‘me myself and I’. Dan is er een IK omdat er een WIJ is en andersom. ‘Wie ben ik in wie wij zijn’ is dan de vraag die ik me als cocreant stel, of ‘wie zijn wij in wie ik ben’.
Ik ben door wie wij zijn
In het Zulu is daar een begrip voor, ‘ubuntu’ dat ‘ontwikkeling van het universum (ubu) door de mens heen (ntu)’ betekent. Doorvertaald als I’m what I am because of who we all are’ en in het Nederlands ‘Ik ben door wie wij zijn’. Ieder individueel handelen draagt bij aan het Wij en andersom: elk deel (individu) bestaat bij de gratie van een groter deel. Het eigen welzijn staat in deze filosofie ten dienste van het voortbestaan en het welbevinden van het leven van de ander.
Cocreatie door Ikken die WIJ zijn
Cocreatie betekent zo samen creëren. Het samen laten ontstaan van betekenisvolle activiteiten, diensten en producten voor het geheel. Dat geheel, de context -bijvoorbeeld de organisatie of een samenleving- bepaalt wat er ontstaat. Cocreatie is zo dus geen samenwerking tussen twee of meer ikken, maar een samengaan van verschillende ikken in een wij. Er is een samen-zijn waarin het IK werkt aan het gezamenlijke welzijn van verschillende ikken.
Wie is wij?
De vraag die oprijst bij het deelnemen aan een groter geheel is natuurlijk: ‘In welk wij ga ik op’, ‘Wat is het grotere geheel waaraan ik bijdraag?’
Men trok zich terug in de kastelen en bemoeide zich niet meer actief met het lot van de boeren en de toekomst van het land. Toen is het misgegaan. ‘Wanneer je ontoegankelijk wordt loopt het slecht af’ aldus een 91-jarige gravin. (Jaap Scholten, Volkskrant  1 oktober 2011).
In dit voorbeeld over het WIJ van de aristocratie, wordt duidelijk hoe schadelijk het is als dit WIJ geen bedding heeft in weer een groter WIJ. Belangrijk besef is dat behalve het IK ook het Wij weer deel uitmaakt van een groter geheel.
Het ‘Ik ben wij zijn’ van cocreatie doet zo gezien een appel op een loyaliteit, hoger aan dat waarmee we ons als individu neigen te identificeren, zoals met de individuele psychologische subrollen en culturele identiteiten. De grondhouding ‘Ik ben wij zijn’ voor Cocreatie vraagt een loyaliteit aan de meest overkoepelende loyaliteit van het WIJ, het gezamenlijke menszijn, het universele.
Cocreatie in organisaties
Voor organisaties betekent dit dat individuele medewerkers bijdragen aan het welzijn van de organisatie, de organisatie aan het welzijn van de samenleving, en de samenleving aan die van de natuur en de kosmos.
Medewerkers en leiders als cocreanten
Medewerkers kunnen alleen bijdragen aan het welzijn van de organisatie, als zij weten dat het welzijn van de organisatie, het welzijn van hun leiders, in het belang is van hun eigen welzijn. Dat is: als het bestaan van de organisatie goed is voor hen als individu en goed is voor de leefomgeving van de organisatie, het grotere WIJ waaraan een organisatie bijdraagt en waarin individuen leven.
Dat betekent voor leiders van een organisatie dat zij zich weten te verbinden met een groter WIJ dan dat van de organisatie,  en zo bijdragen kunnen leveren aan meer dan aan de organisatie en het ‘me myself and I’. Alleen bij een balans in geven en nemen kunnen medewerkers 100% betrokkenheid en loyaliteit opbrengen en kan het bedrijf duurzaam en ecologisch verantwoord floreren.
Uitdagingen van cocreatie
Cocreatie is werken op het snijvlak van ik en wij. Het krijgt kans als cocreanten:
1-bewust zijn van de neiging tot ‘me myself and I’.
2-zich voornemen een hoger doel te volgen en het denken in eigen voordeel loslaten.
3-ruimte bieden voor ‘het laten ontstaan’, zonder in doelloosheid te vervallen.
4-helder en duidelijk communiceren over doelen en wensen.
Vragen, afkomstig uit de constellatiemethode, helpen hierbij: wie zijn wij?, waar willen we heen?, waar zijn we nu?, wat gaan we doen?, we doen het?, waar zijn we gekomen?, wat hebben we geleerd?
4-het verschil kennen tussen ruimte en leegte.
5-eigenaarschap ervaren en bij elkaar versterken, door ieders verhaal in het grotere verhaal te kennen en op te nemen.
Vragen die helpen dit eigenaarschap te bekrachtigen (constellatiemethode) zijn: waar hoop je op?, waar maak je je zorgen over?, wat heb je tot nu toe geleerd?, wat waardeer je in de ander?
Bij verkramping en neiging tot machtsbehoud en controle is het einde van het verhaal van cocreatie ingeluid. Elkaar stimuleren, waarderen, van elkaar leren, naar elkaar luisteren en dit vertalen naar wat WIJ gaan doen is de uitdaging.
Tot slot
Mirror mirror on the wall,
Tell me mirror what is wrong?
It’s just me myself and I (repeat 3x).
De la Soul in 1989
Me myself and I
We are all in love with you.
Billy Holliday in 1937.